Naastenliefde als abortuspreventie

Naastenliefde als abortuspreventie

05 jul 2017 | Redactie

Onderstaand artikel is gepubliceerd in het Katholiek Nieuwsblad op vrijdag 30 juni 2017 en geschreven door Sjoukje Dijkstra, het originele artikel is te lezen op de website van de auteur.

Christenen moeten meer uiting geven aan betrokkenheid met de medemens bij onderwerpen
als abortus, betoogt Jan Hoogland van VBOK [noot: Jan Hoogland is betrokken bij de denktank van de VBOK]. “Met hartelijke betrokkenheid kunnen we meer voor hen betekenen dan met ons morele oordeel.”

Meer bewogenheid tonen bij onderwerpen als abortus om de abortuscijfers te laten dalen. In Duitsland laat de aanpak van Duitse pro-life organisatie ProFemina zien dat dit, samen met het creëren van een sociaal netwerk, de sleutel kan vormen tot daling van de abortuscijfers. ProFemina zet zich in Duitsland in voor vrouwen die ongewenst zwanger zijn. Hun hulpverlening is niet toegespitst op het ongeboren kind; juist de vrouw in noodsituatie staat centraal. Deze aanpak zorgde ervoor dat de organisatie een sterke stijging zag in het aantal vrouwen dat door hen geholpen werd. Van 300 vrouwen in 2009 tot naar verwachting 20.000 in 2017. Nu is het aantal abortussen in Duitsland al sterk dalende. Dit komt mede doordat – anders dan in Nederland – het voorlichtingsgesprek sinds enige tijd strikt gescheiden van de uitvoerende abortuskliniek plaatsvindt.

Een andere aanpak dus, en bewogenheid met de vrouw in noodsituatie. Juist daar is behoefte aan. Zo bepleit Hoogland die lid is van de denktank van de VBOK (Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind). In gesprek met Katholiek Nieuwsblad laat hij weten dat de liberalisering weliswaar heeft geleid tot een vrij breed geaccepteerde status quo, waarin zowel abortus als euthanasie gelegaliseerd zijn, maar dat de problemen daarmee nog allerminst zijn opgelost.

Hoogland vertelt: “Dan heb ik het over problemen die te maken hebben met tal van morele, psychische en zingevingsdilemma’s waarvoor mensen – ongeacht hun morele ideeën over deze issues – onwillekeurig gesteld worden. Ik noem enkele voorbeelden daarvan: vrouwen die gevoelens van spijt of zelfs schuld ontwikkelen na een abortus; vrouwen die opvallend snel na een abortus opnieuw zwanger zijn; vragen rond de waardering van gehandicapt leven. Denk bijvoorbeeld aan discussies rond kinderen met het Down-syndroom. Ook mensen die geen morele bezwaren hebben tegen de legalisering
van abortus en euthanasie blijken rond bovenstaande dilemma’s tal van vragen en twijfels te
hebben.”

Zijn pleidooi is er dan ook op gericht om een zo open mogelijk houding in te nemen ten opzichte van mensen die zich met dit soort vragen en dilemma’s geconfronteerd zien. “Hier liggen enorme mogelijkheden”, aldus Hoogland.

Gebroken gezin

Natasja Versluis die als gezinshuisouder woont in een leef- leerhuis van hulporganisatie Siriz in Gouda, is zelf de belichaming van die benadering. Een jaar geleden koos zij ervoor haar baan op te zeggen en samen met haar gezin te verhuizen naar dit leef-leerhuis. 24 uur per dag is ze bezig met de opvang van vier jonge vrouwen die ongepland zwanger zijn. In het leef-leerhuis kunnen ze wonen met hun baby, krijgen ze professionele ondersteuning en kunnen ze eventueel een opleiding afronden. “De meiden hebben een problematische achtergrond en komen in de meeste gevallen uit een gebroken gezin”, aldus Versluis. “Ze hebben vaak een slecht voorbeeld gehad en weten dan niet altijd hoe het moet: een kind opvoeden.” Versluis en haar gezin leven de meiden voor en laten daarmee zien hoe het reilen en zeilen er in een ‘doorsnee gezin’ uit ziet.

Volwaardig mens

“Ik ervaar dat veel van deze jonge moeders voelen dat de maatschappij ze niet wil”, vertelt Versluis. ”Door hun eigen netwerk worden ze soms wel geaccepteerd, maar is er problematiek. Wij proberen al die problemen om hen heen weg te denken. En dus opnieuw van start te gaan. Wij zien hen als volwaardig mens en willen ze vooral in hun eigen kracht zetten. Dat doen we door onder andere de sterke punten te benoemen. Daar gaan ze van groeien.” Siriz beschikt tot nu toe over twee leefleerhuizen in zowel Gouda als Groningen. Ook biedt Siriz opvang en begeleiding in twee begeleid wonen huizen, één in Delft en één in Gouda.