Hoop bij hulpposten

Hoop bij hulpposten

07 dec 2017 | Redactie

Siriz heeft veertien hulpposten in Nederland waar vrouwen (en mannen) terecht kunnen voor een persoonlijk gesprek met een maatschappelijk werker. Hoe ziet het werk op een hulppost eruit? En welke hulpverlening biedt Siriz daar? Tijd voor een bezoek aan Nanja, maatschappelijk werker bij de Siriz-hulppost in Den Haag.

Enthousiast opent Nanja de deur van ‘haar’ hulppost in Den Haag. Ze werkt nog niet zo lang in het pand; sinds maart van dit jaar. Daarvoor was de hulppost gevestigd op een locatie die kleiner en lastiger te bereiken was. Trots laat Nanja dan ook de nieuwe gesprekskamers en wachtruimte zien. Het ziet er huiselijk uit. “Het is enorm belangrijk om een vertrouwde plek te hebben waar vrouwen kunnen komen om hulp te krijgen en hun verhaal te doen. Dat je zichtbaar aanwezig bent in de wijk.”

Nanja, hoe ziet een gemiddelde werkdag er voor jou uit?

‘Elke dag is anders, maar meestal kom ik rond negen uur aan op de hulppost. Dan zet ik koffie en thee, zodat deze klaar is als de eerste cliënt komt. Per dag vinden er drie à vier gesprekken plaats. Tussendoor probeer ik daarvan verslagen te schrijven, pleeg ik telefoontjes en werk ik mijn e-mail bij.

Kun je iets vertellen over de inhoud van die hulpverleningsgesprekken?

“De inhoud van een gesprek is afhankelijk van de hulpvraag van een cliënt. Mensen kunnen hier voor een keuzegesprek komen, omdat zij onbedoeld zwanger zijn en niet weten wat zij met de zwangerschap willen. Ook begeleid ik jonge (aanstaande) moeders bij het uitdragen van hun zwangerschap en het invullen van het moederschap. Ten slotte geef ik post-abortus hulpverlening aan vrouwen die al enige tijd geleden een abortus hebben ondergaan en nog veel moeite hebben met de verwerking ervan.

Voordat ik start met de begeleiding van een vrouw en haar eventuele partner, vindt er een intakegesprek plaats. Daarin vertelt een vrouw haar verhaal, waarvoor ze hulp zoekt en wat ze wil bereiken. Daarna stellen we samen een op maat gemaakt hulpverleningsplan op. Met dat plan vragen we een indicatie aan bij de gemeente voor ondersteuning vanuit de Jeugdwet of Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), zodat wij onze uren kunnen declareren.

Voor keuzegesprekken is geen intakegesprek of indicatie nodig. De aanvraag en toekenning van een beschikking (financiering) voor een keuzegesprek nemen meer tijd in beslag dan een vrouw heeft om een beslissing te nemen. Daarom wordt er momenteel geen financiering voor keuzegesprekken aangevraagd. Toch bieden we, ondanks het feit dat we daardoor inkomsten mislopen, vrouwen een keuzegesprek aan. We vinden het namelijk belangrijk dat een vrouw op tijd een weloverwogen beslissing kan nemen. .
In Den Haag heb ik ook regelmatig te maken met vrouwen die voor afstand ter adoptie kiezen. Wij werken daarin samen met de Raad voor de Kinderbescherming en Jeugdzorg.”

Wat is uniek aan de hulpverlening in Den Haag?

“Vergeleken met mijn collega’s in andere regio’s begeleid ik relatief veel jonge moeders bij hun zwangerschap.

Wat verder opvalt in Den Haag is dat het netwerk rondom jonge moeders sterk is. Alle betrokken organisaties komen één keer in de maand bij elkaar om de laatste ontwikkelingen te bespreken, wie nog ruimte heeft voor begeleiding of opvang en welke organisaties er nieuw zijn. Doordat de lijntjes met het netwerk zo kort zijn, weten we elkaar ook tussen de overleggen door goed te vinden.”

Welke begeleiding bied je aan (aanstaande) jonge moeders op de hulppost?

“De begeleiding is afhankelijk van de situatie van de cliënt. We staan bijvoorbeeld stil bij wat een vrouw nodig heeft om praktisch en emotioneel goed voorbereid te zijn op de bevalling en het moederschap. Wat vindt de vrouw belangrijk in de opvoeding? Hoe zorgen we voor een veilige hechting tussen moeder en kind? Hoe is de relatie met de partner of verwekker en welke rol speelt hij in de zorg en opvoeding? Andere onderwerpen zijn huisvesting, financiën, werk en school, gezondheid, het sociaal netwerk, zingeving en veiligheid.”

Wat drijft jou in dit werk?

“Als je het hebt over zwangerschapsbegeleiding: de aanstaande ouders en hun kindjes natuurlijk! Deze vrouwen kiezen ervoor om het kindje te houden, ondanks dat de zwangerschap niet gepland was. En dan wil je ze gewoon de ondersteuning bieden zodat het ze ook gaat lukken, dat het baby’tje goed terecht komt. En dat de moeder zich sterk genoeg voelt om te zeggen: ‘Ja, ik kan voor dit kindje zorgen!’“

Je doet dit werk nu bijna tien jaar. Welke situatie is jou bijgebleven?

“Welke niet?! Wat ik zie is dat de situaties van veel onbedoeld zwangere vrouwen complexer zijn geworden. Tien jaar geleden zagen veel jonge vrouwen het uitdragen van een onbedoelde zwangerschap nog zitten. Zij hadden vaak alleen wat spullen nodig, kregen hulp van een ouder en konden vaak met hun kindje thuis blijven wonen. Tegenwoordig zijn situaties veel complexer. En dan heb ik het niet alleen over huisvesting, maar jonge vrouwen moeten het vaker alleen zien te rooien. De samenleving is veel individualistischer geworden.”

Welke rol speelt hoop in jouw werk?

“Eigenlijk heeft iedere vrouw die hier aanklopt voor hulp, nog hoop voor de toekomst. Het feit dat ze hulp zoekt laat zien dat ze vooruit wil. Ik wil deze vrouwen graag ondersteunen om die hoop waar te maken. Ik wil ze laten merken dat ze er niet alleen voor staan.

Daarom is het ook zo leuk om geboortekaartjes te krijgen; afgelopen week kreeg ik er weer een. Ik begeleidde een aantal maanden terug een stel dat ontzettend twijfelde over hun zwangerschap, of ze het kindje wel of niet zouden houden. Ik wist niet wat ze uiteindelijk gekozen hadden. Deze week kreeg ik een geboortekaartje van hun zoontje. Dat is superleuk, daar doe je het voor.

Of neem de vrouw die onlangs aanklopte voor hulp. Ze was dakloos, al wat ouder en paste niet in een opvanglocatie, omdat ze eigenlijk te zelfstandig was. We konden regelen dat ze bij een gezin terecht kon dat een huisje verhuurt aan mensen die het moeilijk hebben. Dat is zo mooi, dan komt alles op z’n pootjes terecht. En dat geeft hoop.”

 Steun het werk van Nanja en haar collega’s